Image 01_0328a, Appendix II, p. XXVI 
Appendix II, p. XXV  p. XXVII  Bottom
 
I II III IV V VI VII VIII IX X XI XII
XIII XIV XV XVI XVII XVIII XIX XX XXI XXII XXIII XXIV
XXV XXVI XXVII XXVIII XXIX XXX XXXI XXXII XXXIII XXXIV XXXV XXXVI
 
XXVI
 
   Ondernemers stoombootdienst.
   Opzichters.
   Reeders.
Scheepsvolk.
   Aardappelschillers.
   Boeierknechts.
   Bootslieden.
   Beurtschippers.
   Conducteurs.
   Dekknechts.
   Gezagvoerders.
   Houtvlotters.
   Hofmeesters.
   Jollevaarders.
   Koks.
   Meelschippers.
   Matrozen.
   Onderhofmeesters.
   Pachters van een veer.
   Pavilloenschippers.
   Roergangers.
   Roeiers.
   Schouwmannen.
   Stuurlieden.
   Schuitenvoerders.
   Schippers.
   Schilders.
   Togers.
   Vrachtschippers.
   Vletterlieden.
   Veerlieden.
   Varensgezellen.
   Veerschippers.
   Wakers.
   Zandschippers.
Brug- en sluispersoneel.
   Boomsluiters.
   Brugdraaiers.
   Bruggaarders.
   Brugmeesters.
   Brugpachters.
   Brugwachters.
   Lichtwachters.
   Loodsen.
   Slikloods.
   Sluisknechts.
   Sluismeesters.
   Sluispachters.
   Sluiswachters.
Personeel voor lading en lossing.
   Bootverhuurders.
   Bootwerkers.
   Bestellers.
   Havenmeesters.
   Kaaimeesters.
   Laders en lossers.
   Ladingmeesters.
   Magazijnmeesters.
   Pachters van walgelden.
   Schuitenverlluurders.
   Scheepsbevrachters.
   Scheepscontroleurs.
   Scheepsjagers.
   Scheepslichters.
   Scheepsmakelaars.
   Scheepsrapporteurs.
   Schuitenjagers.
   Tijmannen.

e.Posterij, telgraphie en telephonie.

Posterijen.
   Aannemers.
   Assistenten.
   Brievenbestellers.
   Brievengaarders.
   Commiezen.
   Conducteurs.
   Directeuren.
   Postambtenaren.
   Postbeambten.
   Postboden.
   Postrijders.
   Postschippers.
   Scheepsbevrachters (postdienst).
Telegraphie.
   Ingenieurs.
   Lijnwachters.
   Lijnwerkers.
   Opzichters.
   Telegrafisten.
   Telegrambestellers.
Telephoon.
   Telephoonbeambten.
   Telephonisten.

f.Expeditie, bevrachters, bestellers, sjouwerlieden enz.

Aannemers van verhuizingen.
Agenten van een stoombootonderneming.
Bestelhuishouders.
   Bestelkantoorhouders.
   Bestellers.
Overige beroepen.
   Boden.
   Boodschappers.
   Cargadoors.
   Commissionairs (gidsen).
   Confooiloopers.
   Couriers.
   Dienstlieden.
   Directeuren dienstverrichting.
   Directeuren expeditiekantoren.
   Emballeurs.
   Expediteurs.
   Gidsen.
   Hoofdagenten. (stoomboot).
   Kantoorloopers.
   Kruiers.
   Loopknechts.
   Melkrijders.
   Ondernemers sleepdienst.
   Pakhuisknechts.
   Pakhuismeesters.
   Pakkendragers.
   Parapluiebewaarders.
   Personeel maatschappijen tot exploitatie van veestallen.
   Scheepsbevrachters.
   Schilders (goederenvervoer).
   Schuitenvoerders.
   Sjouwerlieden.
   Stadskorendragers.
   Transporteurs van piano's.
   Vrachtrijders.
   Vrachtvaarders.
   Walkapiteins.
   Waschverzenders.
   Wisselfacteurs (bestelgoederen-bureaux).

g.Logement- en koffiehuishouderij, tapperij enz.

Hotelhouders.
Logementh ouders.
   Banketbakkers.
   Conducteurs.
   Chasseurs.
   Hotelknechts.
   Linnenmeisjes.
   Meubelmakers.
   Omnibuskoetsiers.
   Pannenreinigers.
   Portiers.
   Rotisseurs.
   Tolken.
Restaurateurs.
   Castrolleurs.
Bierhuishouders.
Caféhouders.
Herbergiers.
Koffiehuishouders.
   Tappers.
   Kasteleins.
Buffetchefs.
Buffetjuffrouwen.
Kelners.
Commensalenhouders.
Gaarkeukenhouders.
Kamerverhuurders.
Pensionhouders.
Slaapsteêhouders.
   Oppassers.
Houders van schafthuizen.
Directeuren doorgangshuizen voor vrouwen.
Directeuren tehuizen voor militairen.
   Huisvaders.
Directeuren volksgaarkeukens.
Directeuren koffiehuizen.
Directeuren kosthuizen.
Overige beroepen.
   Biljardjongens.
   Bodegahouders.
   Cantinehouders in het diamantvak.
   Houders officierstafels.
   Inspecteurs.
   Kegeljongens.
   Oppassers openb. tuinen.
   Ordinarishouders.
   Pachters (buffetten).
   Tafelhouders.
   Verkoopers van gezette koffie.
   Verhuurders lokalen.
   Verhuurders zalen voor partijen.
   Wijnhuishouders.

h.Marktwezen.

   Afhangers.
   Afslagers.
   Bewaarders.
 

Image 01_0328b, Appendix II, p. XXVII 
Top  p. XXVI  p. XXVIII  Bottom
XXVII
 
   Boekhouders.
   Commissarissen vischafslag.
   Houders van een verkooplokaal.
   Knapin aan de vischmarkt.
   Marktgaarders.
   Marktmeesters.
   Ondernemers openbare verkoop.
   Ontvangers.
   Opbrengsters vischmarkt.
   Opdraagsters.
   Oproepers bij een notaris.
   Pachters marktgeld.
   Stalknechts bij eene maatschappij tot stalling van vee.
   Tafelknechts publieke verkooping.
   Uitroepers bij openbare verkooping.
   Uitveilers bij een notaris.
   Vendumeesters.
   Venduknechts.
   Vischafslagers.
   Vischuitleggers.
   Waagmeesters.
   Wegers.

i.Begrafeniswezen.

   Aansprekers.
   Bedienaars begrafenissen.
   Bewaarders begraafplaatsen.
   Directeuren begrafenismaatschappijen.
   Doodgravers.
   Grafmakers.
   Hosik (dragers bij Israëlitische begrafenissen).
   Leedaanzeggers.
   Noodigers ter begrafenis.
   Groef bidders.

k.Andere bedrijver.

   Omroepers.
   Bewaarders van cabinets-d'aisance.
   Dienstboden verhuurders.
Directeuren informatiebureaux.
Directeuren publicatiebureaux.
Taxateurs.
Veemhouders.
Overige beroepen.
   Aanplakkers.
   Afslagers.
   Bewaarders.
   Directeuren entrepôtdok.
   Directeuren reclamemaatschappijen.
   Directeuren verhuurkantoren.
   Erfhuismeesters.
   Hellebaardiers entrepôtdok.
   Houders informatiebureaux.
   Houders verhuurkantoren dienstboden.
   Klerken vrij entrepôt.
   Porsters.
   Personeel bureaux octrooien.
   Personeel (reisbureaux).
   Privaathouders.
   Schatters roerende goederen.
   Spreeuwen.
   Strandjutters.
   Waagdragers.
   Wakers (entrepôtdok).
Handelsinrichtingen.
   Kraandrijvers.
   Machinisten.
   Stokers.

XXII.Crediet- en bankwezen.

Bankinstellingen.
   Adviseurs.
   Agenten.
   Commissarissen.
   Directeuren.
Credietinstellingen.
   Agenten.
   Commissarissen.
   Directeuren.
   Kantoorloopers.
   Incasseerders.
   Wisselloopers.
Kassierderij.
   Kassiers.
   Kassiers op geldkantoren.
Effectenhandelaars.
   Stenograaf.
Hypotheekbanken.
   Commissarissen.
   Directeuren.
   Makelaars.
Spaarbankhouders.
   Personeel.
   Spaarbankbode.
Beleenbankinstellingen.
Beleenbankhouders.
   Crontroleurs.
   Directeuren.
   Inbrengsters.
   Pandjeshuishouders.
Liquidatiekaspersoneel.

XXIII.Verzekeringswezen.

a.Levens- en ongelukkenverzekering.

   Assuradeurs.
   Agenten.    Controleurs.
   Directeuren levensverzekeringen.
   Inspecteurs.
   Wiskundigen.

b.Zieken- en begrafenisfondsen.

   Assuradeurs.
   Agenten.
   Busbode.
   Controleurs.
   Directeuren.
   Inspecteurs.
   Kosters.

c.Brandassurantie.

   Assuradeurs.
   Agenten.
   Controleurs.
   Directeuren.
   Inspecteurs.

d.Andere verzekeringen.

   Assuradeurs.
   Agenten.
   Controleurs.
   Correspondenten.
   Directeuren.
   Experts.
   Inspecteurs.
   Makelaars.

XXIV.Vrije beroepen.

a. Genees-, heel- en verloskundigen (incl. tandartsen en tandmeesters).

   Gezichtkundigen.
   Tandmeesters.
   Verloskundigen.

b.Vroedvrouwen.

c.Veeartsen.

d.Advocaten en procureurs.

e.Ingenieurs en landmeters (voor zoover niet tot de groep XXIX behoorende).

   Agronoom.
   Ingenieurs.
   Landmeters.
   Technologen.

f.Beeldhouwers, kunstschilders. portretteekenaars, taal- en letterkundigen.

   Beeldhouwers.
   Dichters.
   Kunstschilders.
   Letterkundigen.
   Portretteekenaars.
   Teekenaars.

g.Toonkunstenaars, componisten, muzikanten, concertzangers, organisten.

   Toonkunstenaars.
   Componisten.
   Concertzangers.
   Directeuren van zangvereenigingen.
   Muzikanten.
   Operazagers.
   Organisten.
   Pianisten.
   Toonkunstenaars.
 

Image 01_0329a, Appendix II, p. XXVIII 
Top  p. XXVII  p. XXIX  Bottom
XXVIII
 
   Violisten.
   Zangers.

h.Tooneelspelers, operazangers.

   Tooneelspelers.
   Administrateurs.

i.Overige personen aan het tooneel verbonden (inclusief balletdanseressen, bureaulisten).

   Beambten (schouwb.).
   Bureaulisten (schouwb.).
   Controleurs.
   Danseressen.
   Figuranten.
   Inspecteurs.
   Souffieurs.
   Suppoosten.
   Tooneelknechten.
   Tooneelmachinisten.
   Verhuurders van artisten.

k.Andere beroepen tot de publieke vermakelijkheden behoorende (incl. kermisreizigers en circuspersoneel).

   Acrobaten.
   Berenleiders.
   Carousselhouders.
   Chanteurs.
   Controleurs openbare vermakelijkheden.
   Goochelaars.
   Hardloopers.
   Harmonicaspelers.
   Kermisreizigers.
   Kunstrijders.
   Liedjeszangers.
   Orgeldraaiers.
   Pikeurs.
   Poppenkasthouders.
   Portiers sportterrein.
   Straatmuzikanten.

l.Archieven, bibliotheken, leesinrichtingen en andere inrichtingen in het belang van wetenschap en kunst.

   Archivarissen.
   Beambten biblioth.
   Bibliothecarissen.
   Boden Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
   Conservatoren.
   Custoden.
   Directeuren leesinrichtingen.
   Pedellen.
   Penningkundigen.
   Praeparators museum natuurlijke historie.
   Preparateurs van vlinders.
   Rekenaars sterrenwacht.

m.Schei-, wis-, natuur-, dier- en plantkundigen, niet tot een der andere groepen behoorende.

   Bacteorologen.
   Botanisten.
   Directeuren van diergaarden.
   Directeuren Indische genootschappen.
   Essayeurs.
   Essayeurs (handels).
   Kruidenzoekers.
   Landbouwkundigen.
   Observatoren.
   Praeparateurs.
   Prosectors.
   Scheikundigen.
   Wiskundigen.
   Zoölogen.

n.Journalisten, reporters.

   Hoofdredacteurs.
   Journalisten.
   Redacteurs.
   Reporters.
   Verslaggevers.

o.Tolken, translateurs.

p.Administrateurs, rentmeesters, correspondenten, secretarissen.

   Accountants.
   Administrateurs.
   Candidaat-notarissen.
   Correspondenten.
   Directeuren expl. vaste goederen.
   Opzichters magazijn 't Loo.
   Rentmeesters.
   Secretarissen.

q.Stenografen, boekhouders, schrijvers, copiisten.

   Afschrijvers.
   Beëedigde griffieklerken.
   Boekhouders.
   Copiisten.
   Kantoorbedienden.
   Klerken.
   Schrijvers.
   Schrijvers van requesten.
   Stenografen.

r.Vrije verzorging van godsdienstige behoeften, (godsdienstonderwijzers, evangelisten, zendelingen, voor zoover niet tot XXV en XXXIII behoorend).

   Agent Nederl. Zendingsvereeniging.
   Missionarissen.
   Predikers.
   Predikers Leger des Heils.
   Zendelingen.
   Reizend agent van de vereeniging voor voorbereidend universitair onderwijs op geref. grondslag.

s.Overige niet te rangschikken beroepen.

   Amanuensis.
   Assistent heilgymnastiek.
   Beambten diergaarden.
   Bedienden tandartsen.
   Bewaarders bij deurwaarders.
   Boden leesmuseums.
   Boden orkestvereenigingen.
   Bordeelhouders.
   Concierges volkskoffiehuizen.
   Detectives.
   Experts.
   Gedachtenlezers.
   Genealogen.
   Grootmeesteres huis der Koningin.
   Heraldici.
   Hofdames.
   Hofmaarschalk.
   Hondendresseurs.
   Hondenscheerders.
   Hondenwasschers.
   Intendant koninklijke paleizen.
   Kaartlegsters.
   Kamerheeren.
   Kloppers.
   Kwakzalvers.
   Likdoornsnijders.
   Liquidateurs.
   Magnetiseurs.
   Masseurs.
   Nachtwachts.
   Opzichters diergaarden.
   Opzichters lawntennisclubs.
   Practizijns.
   Orgeltrappers.
   Professeurs de billard.
   Publieke vrouwen.
   Solliciteurs.
   Teekenaarsters.
   Trainers.
   Veldwachters.
   Waarzeggers.
   Wakers.
   Wielrenners.
   Zaakwaarnemers.
   Zuivelconsulenten.

XXV.Onderwijs.

Blindenonderwijzers.
Breischoolhouderessen.
Bewaarschoolhouderessen.
Directeuren ambachtsscholen.
Directeuren kookscholen.
Directeuren rijscholen.
 

Image 01_0329b, Appendix II, p. XXIX 
Top  p. XXVIII  p. XXX  Bottom
XXIX
 
Dansonderwijzers.
Gymnastiekonderwijzers.
Gouvernantes.
Gouverneurs.
Huisonderwijzers.
Huishoudsters.
Kostschoolhouders.
Leeraren (privaat).
Leeraren bijzondere school.
Muziekonderwijzers.
Onderwijzers stenografie.
Onderwijzeressen costuumknippen.
Onderwijzeressen bijzondere scholen.
Perronmeisjes zwemscholen.
Pikeurs.
Rectoren.
Surveillanten.
Onderwijzers tuinbouwscholen.
Zwemmeesters.

XXVI.Verpleging en verzorging van armen enz.

Architecten godshuizen.
Administrateurs godshuizen.
Bakers.
Binnenvaders oude mannen en vrouwen.
Binnenmoeders.
Binnenvaders werkinrichtingen.
Binnenmoeders werkinrichtingen.
Directeuren.
Huismoeders in gestichten.
Helpsters.
Koks (gasthuizen).
Krankzinnigenoppassers.
Minnen (voedsters).
Oppassers.
Ontvangers godshuizen.
Portiersters.
Rectoren (weeshuis).
Suppoosten.
Voedsters.
Verplegers van verlaten kinderen.
Ziekenoppassers.

XXVII.Huiselijke diensten.

Huisbedienden.
   Boden en huisdienst.
   Botteliers.
   Concierge.
   Dienstbode.
   Garderobieres.
   Hof beambten.
   Hofmeesters.
   Huisbedienden.
   Huishouders.
   Huisknechts.
   Juffrouw van gezelschap.
   Kameniers.
   Keukenknechts.
   Keukenmeiden.
   Kinderjuffrouwen.
   Kindermeiden.
   Linnenmeiden.
   Nachtwakers (particulier).
   Oppassers.
   Portiers (huisdienst).
   Schoonmaaksters.
   Tafelbedienden.
   Tuinlieden.
   Werkmeiden.
   Werksters.
Stalbedienden.
   Koetsiers.
   Palfreniers.
   Rijknechts.
   Stalbedienden.
Bewaarders van goederen.
Huisbewaarders.

XXVIII.Losse werklieden.

XXIX.In dienst van den Staat (exclusief posterij, telegraphie, telephonie, landsdrukkerij ere nijverheidsbedr.).

a.Algemeen bestuur (departementen enz.).

Ministrieele ambtenaren en dergelijke.

b.Diplomatie en consulaatwezen.

   Consulaire agenten.
   Consuls.
   Gezanten.
   Gezantschapssecretarissen.
   Vice-consuls.

c.Rechtswezen.

   Auditeur-militair.
   Bode rechtscollege.
   Concierge paleis van Justitie.
   Deurwaarders.
   Directeuren gevangenissen.
   Gevangenbewaarders.
   Hoofdbewaarders.
   Kantonrechters.
   Magazijnknechts gevangenissen.
   Officieren van Justitie.
   Onderwijzer gevangenis.
   Presidenten (rechtscollegieën.
   Procureurs generaal.
   Raadsheeren rechtscollegieën.
   Rechters.
   Vice-presidenten rechtscolleges.

d.Politiewezen.

   Commissarissen Rijkspolitie.
   Inspecteurs rijkspolitie.
   Kapiteins rijkspolitie.
   Veldwachters.

e.Notarissen.

f.Onderwijs (onderwijzend personeel).

   Bediende (pathologisch anatomisch laboratorium.
   Concierge rijks H.B.S.
   Conservators phys. laboratorium.
   Concervotor rijksherbarium.
   Custos.
   Directeuren (H. B. S.).
   Hoogleeraren.
   Hortulanus.
   Instrumentmakers.
   Lector rijks-universiteit.
   Leeraren.
   Onderwijzers.
   Pedellen.
   Privaat docenten.
   Rijkslandbouw leeraren.

g.Toezicht op het onderwijs.

   Schooltoezicht.
   Arrondissementsschoolopzieners.
   Distriksschoolopzieners.

h.Sanitaire politie; toezicht op fabrieksarbeid en het stoomwezen.
   Adjunct inspecteurs van den arbeid.
   Amunuentis geneeskundig staatstoezicht.
   Inspecteurs (arbeid).
   Inspecteurs (boterwet).
   Inspecteurs (spoorwegen).
   Keurmeesters van vee.
   Opzichters stoomwezen.

i.Krijgswezen (incl. militaire genees- en veeartsenijkundige dienst, excl. werkplaatsen van leger of marine).

   Adjudant onderofficieren.
   Administrateurs garnizoenskleeding.
   Administrateurs militaire hospitaal.
   Administrateurs nachtlegermagazijn.
   Ambtenaren topographische inrichting.
   Bottelier majoor K. N.
   Marine.
   Brigadiers.
   Brigadiers (maréch.)
   Conducteurs artillerie.
   Conserveerders.
   Facteurs magazijn van kleeding.
   Fortwachters.
   Fouriers.
   Geëmployeerden militairen hospitalen.
   Generaals.
 

Image 01_0330a, Appendix II, p. XXX 
Top  p. XXIX  p. XXXI  Bottom
XXX
 
   Hofmeesters.
   Hospitaalsoldaten.
   Kapiteins.
   Kapitein adjudanten.
   Knechts (fourage magazijnen).
   Koks K. N. Marine.
   Kolonels.
   Korporaals.
   Luitenantkolonels.
   1e Luitenant adjudant.
   1e Luitenants.
   2e Luitenants.
   Machinisten (torpedodienst).
   Magazijnmeesters.
   Majoors.
   Maréchaussées.
   Mariniers.
   Marketentsters.
   Matrozen (krijgswezen).
   Militaire apothekers.
   Militaire paarden artsen.
   Militaire schrijvers.
   Militairewachters.
   Militairecommissarissen.
   Officieren landmacht.
   Officieren gezondheid.
   Officieren zeemacht.
   Oppassers nachtlegermagazijn.
   Opperschippers (torpedo).
   Opperwachtmeesters.
   Opzichters (genie).
   Personeel magazijn van geneesmiddelen.
   Provinciale adjudanten.
   Provoost geweldige.
   Rit meesters.
   Schrijvers (militaire spoorwegen.).
   Schepelingen zeemacht.
   Sergeants.
   Sergeantshofmeesters.
   Sergeants majoors.
   Sergeants torpedisten.
   Soldaten.
   Stafmuzikant.
   Stokers.
   Stuurlieden.
   Teekenaar bij de stelling-commandant.
   Torpedisten.
   Wachtmeesters.
   Ziekenoppassers K. N. Marine.

k.Finantiewezen (rekenkamer, belastingen, kadaster, muntwezen).

   Adj. inspecteurs directe belastingen.
   Aspirant muntgezel.
   Bankwerkers (Rijksmunt).
   Bewaarders.
   Collecteurs staatsloterij.
   Concierge (der belastingen).
   Concierge (hypotheek en kadaster).
   Controleurs directe belastingen.
   Controleurs waarborg, gouden en zilveren werken.
   Deurwaarders Rijksbelastingen.
   Directeur Rijkspensioenfonds.
   Essayeurs.
   Expert (invoerrechten).
   Gedelegeerden (Ned.
   Staatsloterij).
   Ingenieurs (verificateurs).
   Instrumentmaker Rijksmunt.
   Kommiezen (belastingen).
   Landmeters.
   Lid en secretaris van de Raad van beroep der directe belastingen.
   Metaalsmelters rijksmunt.
   Ontvangers (belastingen).
   Ontvangers (kanaalgelden).
   Opzieners (visscherij).
   Personeel agentschap van het ministerie van Financiën en directie grootboeken der Ned schuld.
   Roeiers belastingen.
   Rijksbetaalmeesters.
   Scheikundigen bij het Rijkssuikerlaboratorium.
   Sloeproeiers (inklaringsdienst).
   Smeden (Rijksmunt).
   Stempelsnijders (Rijksmunt).
   Surnumerairs directe belastingen.
   Teekenaars (kadasters).
   Visiteurs.
   Wegers.
   IJkers.
   Zetters belastingen.

l.Waterstaat (excl. tolbazen, sluiswachters enz. tot groep XXIb en d behoorende).

   Brugknechts rijkswaterstaat.
   Dekknechts (waterstaat).
   Dijkwachters.
   Helmduikers.
   Ingenieurs.
   Kantonniers.
   Opzichters.
   Opzichters landsgebouwen.
   Pontwachters.
   Sprengenwerkers (rijkswaterleiding).
   Waterwaarnemers.
   Wegwerkers.

m.Loods-, haven- en bakenwezen.

   Commissarissen der loodsen.
   Havenwachters.
   Lichtwachters.
   Loodsen.
   Rijksbakenmeesters.
   Stuurlieden lichtschip.
   Tonnenleggers.

n.Koloniale ambtenaren (met verlof in Nederland).

o.Andere ambten of bedieningen.

Amanuensis rijkslandbouwproefstation.
Ambtenaren Nederl. Mettray.
Assistenten (Rijkslandbouwproefstation).
Commiezen Chartermeester.
Commissie van keuring van het departement van Koloniën.
Concierge Rijksarchief.
Concierge Rijkskoepokinenting.
Zaalknechts (militieraden).

XXX.In dienst van provincies.

Commissarissen der Koningin.
Commiezen (griffie).
Concierge (griffie).
Griffieambtenaren.
Leden Gedeputeerde Staten.
Letterkundigen der staten van Friesland.
   Wegwachters.
   IJkers voor de provincie.

In dienst van een vreemden staat.

   Detectives.
   Loodsen.
   Kantonniers.
   Opzichters.
   Wegkenners.

XXXI. In dienst van een gemeente (excl. gasfabrieken, dienst der openbare werken en nijverheidsbedrijven).

a.Gemeente-secretariën (incl. burgemeesters).

Ambtenaren ter secretarie.
   Adj.-controleur bevolkingsbureau.
Bevolkingsagenten.
Burgemeesters.
Commies-archivaris.
Concierges Gemeentehuis.
Gemeenteboden.
Gemeentesecretarissen.
Hoofdcommiezen ter secretarie.
Klepperlieden.
 

Image 01_0330b, Appendix II, p. XXXI 
Top  p. XXX  Appendix III, p. I  Bottom
XXXI
 
   Secretarie-ambtenaren.
   Wethouders.

b.Politie.

   Agenten van politie.
   Commissarissen.
   Inspecteurs.
   Inspecteurs bouwpolitie.
   Havenwachters.
   Nachtwakers.
   Parkwachters.
   Plantsoenwachters.
   Torenwachters.
   Veldwachters.

c.Brandweer.

   Boden (brandweer).
   Brandweercommandants.
   Brandweerlieden.
   Brandweermagazijnmeesters.
   Telegrafisten brandweer.
   Torenwachters.

d.Financiën en belastingen.

   Deurwaarders.
   Dokmeesters.
   Havenmeesters.
   Sloeproeiers.
   Gemeenteontvangers.
   Verdeelmeesters.

e.Onderwijs (onderwijzend personeel).

   Bewaarschoolhouderessen.
   Concierges (school).
   Leeaaren.
   Naaijuffrouwen.
   Onderwijzers openbaar onderwijs.
   Pedellen.
   Professoren.
   Rectoren gymnasium.

g.

Andere ambten of bedieningen (excl. marktwezen).

   Aanplakkers.
   Abatoirpersoneel.
   Afslagers.
   Armbezoekers.
   Armmeesters.
   Armvoogden.
   Beambten.
   Beursconcierge.
   Beursknechts.
   Biljetteermeesters.
   Boden schutterij.
   Boekhouders, burgerlijk armbestuur.
   Buurtmeesters.
   Collecteurs gemeentegasfabriek en waterleiding.
   Commiezen burgerlijk armbestuur.
   Concierges gemeentearchief.
   Concierges schutterij.
   Diretecteuren gemeentegasfabriek en waterleiding.
   Directeuren (vaccinatie).
   Emigratie-commissarissen.
   Gemeenteopzichters bewaarpl. petroleum.
   Hooiwegers.
   Kademeesters.
   Keurmeesters schutterij.
   Keurmeesters vee.
   Keurmeesters visch.
   Keurmeesters zeegras.
   Klerken gas- en waterleiding.
   Lantaarnopstekers.
   Plantsoenopzichters.
   Magazijnknechts schutterij.
   Strandvoogden.
   Suppoorten museums.
   Verfmeesters nijverheidschool.
   Watertapper gemeentewaterverschaffing.
   Waterijkers.
   Werklieden abattoirs.
   Wijkboden.
   Wijkmeesters.

XXXII.In dienst van een waterschap.

   Bewaarders.
   Dijkbazen.
   Dijkgraven.
   Dijkwerkers.
   Fabriekopzichters.
   Havenmeesters.
   Heemraden.
   Hoogheemraden.
   Kademeesters.
   Kilbazen.
   Molenmakers.
   Ontvangers van drijfgelden.
   Opzichters.
   Polderboden.
   Poldermeesters.
   Polderschutters.
   Polderveldwachters.
   Sasbazen.
   Sasmeesters.
   Schouten van een waterschap.
   Sluiswachters.
   Steenzetters.
   Stokers.
   Tuiningmakers.
   Turfmeters.
   Veerlieden.
   Watergraven.
   Watermolenaars.
   Wegwerkers.

XXXIII.In dienst van een kerkgenootschap of kerkelijke gezindte.

a.Bedienaren van den godsdienst.

   Aartsbisschoppen.
   Bisschoppen.
   Geestelijken (prot.).
   Geestelijken (kath.).
   Geestelijke (Israel.).
   Geestelijke (and. gezindten).
   Evangelisten.
   Kannuneken.
   Kapelaans.
   Pastoors.
   Priesters.
   Rectoren.
   Vicaris-generaal (bisdom).

b. Godsdienstonderwijzers en andere daarmede in rang gelijk te stellen betrekkingen.

   Godsdienstonderwijzers (prot.).
   Godsdienstleeraar (gymnasium).
   Godsdienstonderwijzers (kath.).
   Godsdienstonderwijzers (Israel.).
   Godsdienstonderwijzers (and. gezindten).
   Voorlegers (Israel.).
   Vicevoorlegers (Israel.).
   Voorzangers (prot.).
   Voorzangers (Israel.).
   Wetschrijvers (Israel.).
   Zendelingen.

c.Andere ambten of bedieningen.

   Balkentreders.
   Bewaarders bibliotheek.
   Blaasbalgtreders.
   Basseerders.
   Directeuren zendelingenhuizen.
   Kerkknechten.
   Klokkenluiders.
   Kloosterbroeders.
   Kloosterzusters.
   Kosters.
   Ontvangers.
   Ordebroeders.
   Ordezusters.
   Organisten.
   Orgeltrappers.
   Religieuses.
   Rentmeesters kerkgoederen.
   Secretarissen kerkelijke administratie.
   Stempelaars van vleesch.
   Stoelenzetters.
   Stovenzetters.
   Suppoosten.

XXXIV.Gepension- neerden.

XXXV.Beroep onbekend.

XXXVI.Zonder beroep.

 
 Download Bijlage II.  Download
Top  p. XXX  Appendix III, p. I