Image 01_0331, Appendix III, p. I 
Appendix II, p. XXXI  p. II  Bottom
 
I II III IV V VI VII VIII IX X XI XII
XIII XIV XV XVI XVII XVIII XIX XX XXI XXII XXIII XXIV
XXV XXVI XXVII XXVIII XXIX XXX XXXI XXXII XXXIII XXXIV XXXV XXXVI
 
 
BIJLAGE III.
 
Lijst van beroepen en combinatiën van beroepen die in de uitkomsten der beroepstelling veelal onder verkorte benamingen afzonderlijk zijn vermeld.
 

I. Fabricage van aardewerk, glas, kalk en steenen.

  1. Graven van zand, kiezel, klei, mergel.
Grint- w.o. kiezelgravers.
Zandwasschers.
Zandwerkers, zandkruiers, mergelblokbrekers en mergelgravers.
  1. Fabricage van cement, gips, kalk, tras, enz.
Fabrikanten van gips.
Fabrikanten van kalk, w.o. kalkbranders.
Fabrikanten van tras en cement.
Fabrikanten van krijt en teekenkrijt (ook krijtmalers).
  1. Fabrikanten van steenen, dakpannen, draineerbuizen en ander grof aardewerk (incl. steenen parketvloeren.
Fabricage van steen (incl. steenbakkers).
Fabricage van pannen (incl. pannenbakkers en tegelbakkerij als dit met pannenbakkerij is vereenigd).
Fabricage van buizen (ook draineerbuizen).
Fabricage van grof aardewerk (potten- en kachelbakkers).
Fabricage van steenen parketvloeren en granietvloeren.
Fabricage van cement- en kunststeen.
Fabricage van ijzercement (stelsel Mounier).
  1. Fabricage van fijn aardewerk en porcelein.
Fabrikanten van porcelein en ander fijn aardewerk.
Plateelbakkers en tegelbakkers (niet in pannenbakkerijen).
Glazuurders.
Fabrikanten van terracotta-artikelen.
Fabrikanten van tabakspijpen.
Krammers van aardewerk en porcelein.
Ornamentgieters alleen in Limburg (anderen in 4b). Ornamentmakers alleen in Limburg (anderen in 4b).
  1. Fabricage van glas, kristal, spiegels.
Fabrikanten van glas (incl. spiegelglas).
Glasblazers.
Glasslijpers.
Glasgraveurs.
Fabrikanten van spiegels.
Fabrikanten van flesschen.
Glasblazers in flesschenfabrieken.
Pottenmakers in glasfabrieken.

II. Bewerking van diamant en andere edelsteenen en gesteenten.

  1. Diamantbewerking.
Diamantklovers.
Diamantsnijders.
Diamant-, roosjes- en kapslijpers, diamantwerkers (incl. verstellers ook potjongens en zetters als dezen in diamantslijperijen voorkomen (zie ook 11a).
Schijvenschuurders.
Verhuurders van diamantslijpersmolens.
  1. Bewerking van andere edelsteenen.

III. Boek- en steendrukkerij, drukken van hout-, koper- en staalgravure
en photographie.

  1. Boekdrukkerij, ook gemeentelijke en landsdrukkerij.
Boekdrukkers (incl. courantendrukkers, draaiers snelpersdrukkers, pletters, lampenkapdrukkers).
Correctoren.
Letterzetters, linotypers (machinezetters), smoutzetters.
Typografen.
Stereotypers.
Zinketsers.
  1. Plaat- en steendrukkerij en het drukken van hout-, koper- en staalgravure.
Technologen.
Graveurs, houtgraveurs, houtplaatsnijders.
Plaatdrukkers.
Platenkleuren.
 

 
Image 01_0332a, Appendix III, p. II 
Top  p. I  p. III  Bottom
 
II
 
Steendrukkers, lithografen, photolithografen en postzegeldrukkers.
Etsers (zincographie, photochemigraphie).
  1. Photographie.
Photografen (incl. drukkers van photografiën).
Retoucheurs en schilders.

IV. Bouwbedrijven, openbare werken, reiniging.

  1. Huizenbouw.
Tech. personeel: architecten, bouwkundigen, teekenaars, ingenieurs en opzichters.
Aannemers.
Fundeeringmakers en -werkers, grondboorders.
Heibazen (incl. heipalenrijders en koptouwhouders).
Metselaars en voegers.
Opperlieden, kalkbouwers, kalkblusschers, kalkbereiders, steendragers, steenzetters, steigermakers en stellingmakers.
Steenhouwers, -polijsters, -schuurders, fabr. van marmerwaren, marmerslijpers en -polijsters, molensteenfabricage en molensteenscherpers (zie voor deze laatsten ook 17a).
Steenenbikkers.
Timmerlieden, trappenmakers, vloerleggers en vloerders.
Loodgieters en zinkwerkers, niet voorkomende in loodpletterijen, looden buizenmakerijen en zinkgieterijen.
Aanleggers van gas- en waterleiding, kraansluiters, gasfitters, pompenmakers.
Dekkers (pannen, lei, riet, stroo).
Houtcement-dakdekkers.
Molenmakers en molenstellers.
  1. Afwerken van huizen.
Pleisteraars, gipsgieters en -vormers, beeldengieters, fabrikanten van gipswaren, ornamentgieters en ornamentmakers (zie ook Id), stucadoors, rietdrijvers, witters, mouleurs en grotmakers.
Huisschilders, polychromeurs, glazenmakers, glas in loodzetters.
Behangers en stoffeerders, plakjongens, naaisters in het gordijnenvak.
  1. Overige bouwwerken, geen huizenbouw.
Techn. personeel: ingenieurs, teekenaars en opzichters.
Aannemers.
Heibazen.
Aardwerkers, grondwerkers, kanaalwerkers, polderwerkers en strandwerkers.
Dijkwerkers.
Kribwerkers, rijswerkers, steenleggers en keienkloppers.
Duikers en helmduikers.
Zandkruiers.
Baggerlieden en baggermolenaars, molenbazen.
Bakschippers.
Ploegbazen (bij verschillende vakken).
Straatmakers, keienleggers, steenzetters.
Wegwerkers.
Brugwerkers, spoorleggers (brugbouw), boorders (brugbouw).
  1. Reiniging voor bouwwerken, wegen en straten.
Baggerlieden: waldiepers, wel te onderscheiden van die bij openbare werken.
Baggermolenbazen: waldiepers, wel te onderscheiden van die bij openbare werken.
Glazenwasschers.
Schoorsteenvegers.
Zuiveraars en ontsmetters van gebouwen.
Openbare reiniging (incl. aschkarlieden, straatvegers en straatwieders).

V. Chemische nijverheid, enz.

  1. Chemische nijverheid.
Apothekers, provisors, fabrikanten van drop en zalf.
Chemisten.
Drogisten.
Fabrikanten van chemicaliën (aether, ammoniak, chinine, glycerine, houtteer, salmoniak, soda, poetsmiddelen. insectenpoeder, zwavelzuur, essences, koolteerproducten, schoensmeer, salpeter, koolzuur.
Fabricage van eau de cologne en reukwateren.
Fabricage van haarwater.
Fabricage van photografiepreparaten.
Fabricage van gasgloeilichtkousjes.
  1. Fabricage van kaarsen, olie, vernis, vet, zeep.
Fabrikanten van kaarsen (incl. bleekers van was).
Fabrikanten van olie (incl. koeken).
Fabrikanten van traan.
Fabrikanten van vernis.
Fabrikanten van lak.
Fabrikanten van smeer en wagensmeer.
Fabrikanten van zeep.
Fabrikanten van loog.
 

Image 01_0332b, Appendix III, p. III 
Top  p. II  p. IV  Bottom
 
III
 

  1. Fabricage van ontplofbare stoffen, lucifers, enz.
Fabricage van buskruit, schietkatoen en katoenmengers, ernstvuurwerkers.
Fabricage van patronen (kruit).
Fabricage van lucifers en zwafelstokken.
Fabricage van vuurmakers.
Fabricage van kunstvuurwerk.
  1. Fabricage van verfstoffen, kunstmest, lijm.
Fabricage van beenzwart, bottensorteerders, beenbranders en -stampers.
Fabricage van blauwsel.
Fabricage van indigo.
Fabricage van loodwit.
Fabricage van verfstoffen (incl. stopverf en oostindische inkt).
Fabricage van meekrap.
Fabricage van lakmoes.
Fabricage van zinkwit.
Fabricage van kleurstoffen.
Fabricage van drukinkt.
Fabricage van inkt.
Fabricage van gom.
Fabricage van lijm.
Fabricage van machinepoeder.
Fabricage van kunstmest (incl. superphosphaten en guano).

VI. Hout-, kurk-, stroobewerking, snij- en draaiwerk van verschillende stoffen.

  1. Houtbewerking (excl. timmerlieden in de bouwwerken).
Beeldhouwers, houtsnijders en houtornamentmakers.
Biljartmakers.
Borstelhoutmakers en -boorders.
Houtdraaiers.
Fabricage van houtwaren, stoven, spoelen, harken, schoppen, waschborden, stelen voor harken, schoppen, weverskammen, schietjes, krukken, houten parketvloeren, pennen (incl. vleesch- en worstpennen), mangels, spinwielen.
Fabricage van jaloezieën.
Fabricage van leesten.
Fabricage van lijsten (incl. lijstensnijders, verstekkers).
Fabricage van meubels, raamhorren (incl. houtfiguurzagers).
Fabricage van stoelen.
Fabricage van run (incl. run- en schorsmalers).
Fabricage van sigarenkisten.
Fabricage van speelgoed, ook reparatie.
Houten-boomenmakers in manden.
Houtbereiders (creosoteering).
Klompenmakers, boorders, kappers, hoolders.
Kachelhoutjes- en brandhoutmakers.
Doodkistenmakers.
Kistenmakers (incl. pakkistenmakers en groenververs).
Koffermakers.
Kuipers en duigenmakers, Fabricage van hoepels (incl. bandenschrappers resp. makers en snijders).
Modelmakers.
Houtzagers, schavers en zagenstellers, fineer- en lintzagers, fabrikanten van houtwol, zagenvijlers.
Witwerkers.
Vogelkooimakers.
Muizenvallenmakers.
Rijswerkers.
Lakwerkers (hout).
Fabricage van timmermansgereedschappen (incl. heftensnijders, zevenmakers) en fabricage van schaatsen (behalve in de gemeente Groningen).
  1. Kurk-, stroo-, borstelwerk, enz.
Bezem- en boendermakers ook binders.
Borstel-, penseelen- en kwastenmakers.
Fabricage van kurken (kurksnijders).
Fabricage van mandenwerk.
Fabricage van matten (incl. vlechters).
Fabricage van rieten matten.
Rottingvlechters en bamboeswerkers.
Fabricage van rieten meubelen.
Stoelenmatters.
Fabricage van stroowaren (incl. stroohulzen).
Werklieden in blindeninrichtingen.
  1. Snijden enz. van andere stoffen dan hout en metalen.
Baleinsnijders.
Fabrikanten van kammen, wandelstokken, pijpen, ook meerschuim.
Fabrikanten van ivoren artikelen.
Heftensnijders.
Draaiers van verschillende stoffen, kunstdraaiers en handboogmakers.
Fabrikanten van knoopen (metalen knoopen onder 11b).
Fabricage van spinpijpen.
Zagers van verschillende stoffen.

VII. Kleeding en reiniging.

  1. Vervaardiging van kleeding enz.
Kleedermakers en heeren-confectie-fabricage 1), coupeurs.
   1)  Met confectie wordt hier niet bedoeld het maken van ondergoederen.
 

Image 01_0333a, Appendix III, p. IV 
Top  p. III  p. V  Bottom
 
IV
 
Bontwerkers en fabricage van pelterijen.
Costumenmaaksters, dameskleedermakers, fabricage van damesconfectie 1).
Naaisters, machinestiksters, stopsters, plisseerders.
Fabricage van mantels.
Fabricage van corsetten.
Fabricage van zwemvesten.
Fabricage van hemden en boorden en andere ondergoederen (confectie).
Fabricage van hoeden en petten, hoedenvervormers.
Fabricage van mutsen.
Fabricage van stroohoeden.
Modisten.
Fabricage van kunsthaarwerk, haarwerkers en -wasschers.
Fabricage van helmhoeden en militaire equipementen en ornamenten.
Fabricage van parapluien.
  1. Vervaardiging van bedden, matrassen, gestikte dekens.
Fabricage van bedden en matrassen.
Fabricage van dekens, dekenstiksters.
Fabricage van bedveeren en kapok.
  1. Reiniging.
Bad- en zweminrichtingen, badhouders en badkoetsenhouders.
Barbiers, scheerders en kappers.
Chemische wasscherijen (incl. handschoenenwasschers en stoffenververs) en personeel in filialen daarvan.
Dekenwasschers.
Waschinrichtingen, waschlieden en waschbleekers.
Mangellieden.
Schoenpoetsers.
Strijksters, mutsenwasschers, -plooisters en plisseerders.
Tapijtkloppers en -reinigers.

VIII. Kunstnijverheid.

  1. Beeldhouwers (excl. artisten en houtbeeldhouwers.
Beeldhouwers.
Fabricage van ornamenten.
  1. Schilderwerk.
Caligrafen.
Decoratieschilders, kerkschilders en klokkenschilders.
Glasbranders en glasschilders.
Pateelschilders.
Porceleinschilders.
Voor zoover zij niet in porcelein fabrieken (Maastricht en 's-Gravenhage) en tegelfabrieken (Delft, Gouda, Utrecht, Amsterdam, Makkum en Harlingen) werkzaam zijn.
Restaurateurs van schilderijen.
Verlakkers en vernissers.
Vergulders.
Beeldhouwers-polychromeurs.
  1. Graveurs en metalen ornamentwerk.
Cachetsnijders en ciceleurs van metalen ornamenten.
Emailleerders (gouden en zilveren werken), fabrikanten van ridderorden.
Graveurs in hout en metaal (zie ook 11a).
Glasgraveurs.
  1. Bloemenvervaardiging en fijn naaldwerk.
Bloemenmaaksters en fabricage van kunstbloemen.
Borduurwerkers en vervaardiging van dameskunsthandwerken.
Kantwerksters.
  1. Overige kunstnijverheid.
Fabricage van kerkornamenten.
Reparateurs van antiquiteiten.
Fabricage van galanterieën en luxe-artikelen.
Fabricage van grafkransen.
Opzetters van vogels en dieren.

IX. Leder, wasdoek, caoutchouc.

  1. Leder.
Vellenblooters, vilders.
Huidenzouters.
Fabricage van leder en perkament, ook verven, leerlooiers en touwers.
Fabricage van zeemleder.
  1. Fabricage van lederen voorwerpen.
Fabricage van schoenen, pantoffels en schachten, (incl. reparateurs).
Fabricage van drijfriemen en riemen.
Fabricage van blaasbalgen.
Fabricage van lederwaren (incl. reisartikelen).
Fabricage van handschoenen.
Zadelmakers en zweepmakers.
   1)  Met confectie wordt hier niet bedoeld het maken van ondergoederen.
 

Image 01_0333b, Appendix III, p. V 
Top  p. IV  Appendix III, p. VI  Bottom
 
V
 

  1. Fabricage van wasdoek en caoutchouc.
Fabricage van caoutchouc.
Fabricage van caoutchoucwaren en gomelastiekwaren.
Fabricage van caoutchouc-stempels.
Fabricage van rijwielbanden.
Fabricage van wasdoek.
Fabricage van linoleum.

X. Oer, steenkolen, turf.

  1. Oergraverij en delven van metalen.
Directeuren Exploratie-maatschappijen.
Delvers van ijzererts.
Tinmijn-exploitatie.
Opzichters ijzererts-ontginning.
Directeuren petroleum-maatschappijen (incl. boortechnici).
  1. Steenkolen.
Kolenwerkers (aan de mijnen, dus niet die, welke tot den handel behooren).
Mijnwerkers (steenkolen).
Kolenbranders.
Fabricage van briquetten.
  1. Turf en veenderij, graven en bewerken.
Verveners, greppenmakers.
Fabrikanten van turfstrooisel.

XI. Bewerking van metalen.

  1. Edele metalen.
Fabrikanten van gouden en zilveren werken (incl. goud- en zilversmeden en draadtrekkers).
Goud- en zilvergraveurs.
Byouterie-werkers.
Diamant- en parelzetters, juweliers (geen groothandelaars in diamant).
  1. Niet edele metalen.
Fabrikanten van capsulen (incl. tinpletters en fabr. van staniol).
Blikslagers en fabrikanten van blikwaren.
Fabricage van ijzer en ijzerdraad.
Fabricage van klinknagels en draadnagels.
Fabricage van alluminiumwaren.
Fabricage van brandkasten.
Fabricage van kachels.
Fabricage van metaalwaren, koperwaren, knoopen (metalen), kammen en leihaken, w.o. metaalwerkers, koperslagers, bruineerders, branders, emailleerders, vertinners.
Fabricage van harken-, hekel- en schoppenmakers.
Fabricage van bouten en moeren.
Fabricage van ijzeren molenroeden.
Fabricage van naalden.
Fabricage van spelden.
Fabricage van schaatsen (alleen in Groningen. Zie 6a).
Fabricage van ijzer en staalwaren (incl. taillebaleinen)
Fabricage van zink en zinkwaren.
IJzergieters, ornament- en beeldengieters, zandvormers.
Hagelgieters.
Smeden en slotenmakers, hoefsmeden.
Koper- en metaalgieters en -smelters.
Lettergieters, steriotypeurs.
Loodgieters en -smelters (alleen in loodpletterijen).
Loodpletters, punters en snijders.
Koper- en metaaldraaiers en schavers.
Koper- en metaalslijpers, polijsters, vernikkelaars, galvaniseerders, vergulders.
Draadvlechters (incl. muilkorvenmakers).
Fabricage van springveeren.
Fabricage van buizen ook nortonpijpen.
Tingieters.
Fabricage van vischtuig.
Vogelkooimakers (zie ook VIa).
Vijlenmakers, kappers, harders.
Fabricage van geëmailleerd ijzer.

[XII]. Vervaardiging van stoom en andere werktuigen, instrumenten.

  1. Machines.
Fabricage van stoom- en andere werktuigen, waaronder kaarden, spoelen en pompen.
Fabricage van brandspuiten en brandspuitslangen.
Fabricage van landbouwwerktuigen.
Fabricage van naaimachines ook reparateurs.
Fabricage van verwarmingstoestellen.
Bankwerkers.
Ketelmakers, bikkers, nageljongens, nagelpiepers, klinkers, aan- en voorhouders.
Smeden, voorslagers, vuurwerkers.
IJzer- en metaal-, ook koperdraaiers, koperforceurs, freezers en schavers.
IJzer- en metaalgieters, bramers, kerumakers, krasseurs.
Metaalslijpers, -polijsters en -vernikkelaars.
 
Top  p. IV  Appendix III, p. VI