Image 01_0280b, Chapter V, p. 359 
Chapter V, p. 358   p. 360   Bottom
 
359
 

      Het grootst aantal zeer ruime woningen, d. i. van 6 of meer vertrekken, wordt aangetroffen in de gemeenten met 50 001-100 000 inwoners, 13,3 %, en daarin staat weder Arnhem het hoogst met 18½ % terwijl Haarlem daarop volgt met 13,6 %. Van de allergrootste gemeenten heeft ook Den Haag een hoog en wel het allerhoogste percentage der ruime woningen, 18,8 %.
      Met de cijfers van tabel I houden ten nauwste verband de cijfers der hier volgende tabel II, aangevende de percentsgewijze verhouding der bevolking in woningen van een verschillend aantal vertrekken.

 
PERCENTSGEWIJZE VERHOUDING DER BEVOLKING WONENDE IN WONINGEN MET HET VERMELD AANTAL VERTREKKEN.
[Naar provincies].
 
Tabel 098, Chapter V, p. 359
 
PERCENTSGEWIJZE VERHOUDING DER BEVOLKING WONENDE IN WONINGEN MET HET VERMELD AANTAL VERTREKKEN.
[Naar groepen van gemeenten in het Rijk].
 
Tabel 099, Chapter V, p. 359
 
PERCENTSGEWIJZE VERHOUDING DER BEVOLKING WONENDE IN WONINGEN MET HET VERMELD AANTAL VERTREKKEN.
[Naar de acht grootste gemeenten].
 
Tabel 100, Chapter V, p. 359
 

Image 01_0281a, Chapter V, p. 360  
Top   p. 359   p. 361   Bottom
 
360
 
      Ofschoon deze cijfers wat hun loop betreft, dien van de cijfers der vorige tabel volgen, verzachten zij toch een weinig de schrilheid, die sommige hunner vooral voor de één-vertrekswoningen, vertoonden. In alle provinciën, groepen van gemeenten en de genoemde afzonderlijke gemeenten toch is het percentage der bevolking, die in woningen met één vertrek woont, beduidend kleiner dan dat van het aantal één-vertrekswoningen. Dit komt uitsluitend doordat een betrekkelijk groot aantal der een-vertrekswoningen worden bewoond door afzonderlijk levende personen, en niet omdat het gemiddelde gezin, zooals uit het volgende tabelletje reeds eenigszins, doch later nog duidelijker zal blijken, in de een-kamerwoningen kleiner is dan in de woningen van eenigen grooteren omvang.
 
GEMIDDELD AANTAL BEWONERS PER VERTREK.
 
Tabel 101, Chapter V, p. 360
 
      Deze cijfers toonen aan dat het gemiddeld aantal bewoners per vertrek overal, zelfs in de meest gunstige provinciën enz., het grootst is in de een-vertrekswoningen en dat dit aantal
 

Image 01_0281b, Chapter V, p. 361  
Top   p. 360   Chapter V, p. 362-365   Bottom
 
361
 
vermindert naarmate het getal vertrekken grooter wordt. De totalen vergelijkend zijn het weder de noordelijke 4 provinciën en Zeeland, die gemiddeld het grootst aantal bewoners per vertrek hebben, en zijn bij de groepen van gemeenten die met 20000 en minder inwoners in ongunstiger omstandigheden dan de groepen der grootere gemeenten. De 8 gemeenten met meer dan 50000 inwoners blijven in aantal personen per vertrek alle beneden het gemiddelde, al komen Groningen en Rotterdam dit gemiddelde zeer nabij. 's-Gravenhage heeft hier vooral een gunstig cijfer, nog geen 2/3 van dat van het Rijk.
      Uit de cijfers, in den staat op blz. 357 voorkomende, in de kolommen aangevende het relatief aantal vertrekken, die niet met de buitenlucht door een deur of raam in onmiddellijke gemeenschap staan, blijkt, dat dit aantal overal, met slechts 2 uitzonderingen (Limburg en de groep der gemeenten van 501-1000 inwoners) relatief het grootst is in de woningen met 4 en 5 vertrekken en dat dit relatief aantal vermindert naarmate het aantal vertrekken afneemt, terwijl ook in de ruimere woningen dat aantal geringer is.
      Onderstaand wordt nog een overzicht gegeven van het totaal aantal woningen in ieder territoir, met het totaal aantal daarin aanwezige bewoonde vertrekken, met vermelding van het aantal vertrekken dat niet in onmiddellijke gemeenschap met de buitenlucht staat in verhouding tot het totaal.
 
[Onderverdeling van het totale aantal woningen in Nederland naar provincies.]
 
Tabel 102, Chapter V, p. 361
 
[Onderverdeling van het totale aantal woningen in Nederland naar groepen van gemeenten in het Rijk.]
 
Tabel 103, Chapter V, p. 361
 
[Onderverdeling van het totale aantal woningen in Nederland naar de acht grootste gemeenten.]
 
Tabel 104, Chapter V, p. 361
 
      Het relatief aantal vertrekken dat met de buitenlucht geen gemeenschap heeft, blijkt over het algemeen toe te nemen naarmate de gemeenten grooter zijn, zoodat de cijfers der provinciën in den regel grooter of kleiner zijn naarmate zij meer of minder groote gemeenten bevatten. Van de enkele gemeenten staat Rotterdam hier zeer hoog en hooger dan Amsterdam.
 
      Achterstaande tabel geeft een overzicht van het aantal woningen, verdeeld naar het aantal vertrekken, in verband met het gemiddeld aantal bewoners per vertrek.
 

Top   p. 360   Chapter V, p. 362-365